Terugblik op het Maritieme Innovatie Event in Scheveningen
Op donderdag 16 oktober reisden diverse professionals uit de maritieme sector af naar Scheveningen voor het Maritieme Innovatie Event. Vanuit Venturn Young Professionals was Daan Berk aanwezig om de laatste inzichten te horen over de energietransitie binnen de maritieme sector. Het centrale thema van de dag was duidelijk: “Samen versnellen we de maritieme brandstoffentransitie.”
Onderzoek en innovatie als drijvende kracht
De dag begon met een reeks lezingen over drie grote onderzoeksconsortia: MENENS, LNG Zero en SH2IPDRIVE. Deze projecten bevinden zich in een afrondende fase en boden een waardevolle gelegenheid om de belangrijkste lessen uit meerdere jaren onderzoek te delen met vakgenoten.
MENENS richt zich op de toepassing van methanol als duurzame brandstof aan boord van schepen. Daarbij wordt gekeken naar de opwekking van energie via motoren en brandstofcellen, het veilig opslaan en gebruiken van methanol en waterstof, en de integratie van deze systemen aan boord. De onderzoekers benadrukten vooral het belang van veiligheid en praktische toepasbaarheid in een operationele omgeving.
LNG Zero onderzoekt hoe vloeibaar aardgas (LNG) als overgangsbrandstof verder kan worden verduurzaamd. Hoewel LNG al schoner is dan traditionele brandstoffen, komen bij de verbranding nog altijd koolstofdioxide (CO₂), methaan (CH₄) en stikstofoxiden (NOₓ) vrij. Het consortium werkt aan oplossingen om deze uitstoot te beperken, onder meer door het filteren en afvangen van uitlaatgassen. Dat brengt echter technische en economische uitdagingen met zich mee, bijvoorbeeld bij de installatie van afvangsystemen aan boord en de opslag en verwerking van de afgevangen CO₂. Ook werd duidelijk dat nog niet alle schadelijke stoffen volledig kunnen worden verwijderd, wat verdere innovatie noodzakelijk maakt.
Het derde consortium, SH2IPDRIVE, focust op de toepassing van waterstof in de scheepvaart. Waterstof biedt grote kansen als schone energiebron, maar roept ook vragen op over veiligheid, opslag en transport. SH2IPDRIVE onderzoekt onder andere bunker- en opslagsystemen die het bunkeren en vervoeren van waterstof veiliger en eenvoudiger moeten maken. Omdat waterstofopslag veel ruimte aan boord inneemt, wordt ook gekeken naar waterstofdragers: stoffen waarmee waterstof in compactere vorm kan worden vervoerd. Zo werd een innovatief concept gepresenteerd waarbij waterstof in poedervorm wordt opgeslagen. Schepen kunnen dan in havens cassettes met vers poeder meenemen en gebruikte cassettes inleveren, waarna deze aan wal opnieuw worden gevuld. Dit levert dus een circulaire en veilige keten op. Daarnaast onderzoekt het consortium de inzet van brandstofcellen aan boord, die brandstof direct omzetten in elektriciteit. Deze technologie werkt stiller, schoner en efficiënter dan traditionele verbrandingsmotoren.
Leren van samenwerking
Een opvallende gemene deler tussen de drie consortia was het belang van samenwerking. Hoewel ieder project een eigen focus heeft, bleken ze allemaal te maken te hebben gehad met vergelijkbare organisatorische uitdagingen. Bij meerdere initiatieven trokken partners zich tijdens het proces terug, wat grote impact had op de voortgang. Toch slaagden de consortia erin hun projecten voort te zetten door nieuwe partners aan te trekken of taken anders te verdelen. Daarmee benadrukten de sprekers dat technologische innovatie pas echt kans van slagen heeft wanneer ook de samenwerking tussen organisaties goed is ingericht.
De haven als spil in de energietransitie
Later op de middag gaven vertegenwoordigers van de Haven van Rotterdam een presentatie over de zogenoemde Port Readiness Levels: niveaus die aangeven hoe goed een haven voorbereid is op het bunkeren van specifieke brandstoffen. Traditionele brandstoffen zoals MDO (Marine Diesel Oil), maar ook LNG en methanol, scoren momenteel hoog – deze zijn op grote schaal beschikbaar. Voor waterstof en ammoniak liggen de niveaus nog lager, maar verschillende initiatieven moeten dat in de komende jaren veranderen.
De presentatie maakte duidelijk dat de energietransitie in de scheepvaart niet alleen draait om technologie aan boord, maar ook om de infrastructuur aan wal. Havens spelen een sleutelrol bij het beschikbaar maken van nieuwe brandstoffen en het garanderen van veiligheid, efficiëntie en logistieke afstemming.
Gezamenlijk perspectief
Het slotonderdeel van de dag bestond uit een paneldiscussie met specialisten uit de sector, waarin deelnemers hun visie deelden op de toekomst van de maritieme energietransitie. Ook aanwezigen uit het publiek, waaronder Daan, konden actief deelnemen aan het gesprek.
De discussie draaide om één duidelijke boodschap: regelgeving die een gelijk speelveld creëert voor bedrijven is essentieel. Alleen wanneer bedrijven wereldwijd onder vergelijkbare voorwaarden investeren in duurzame technologie, kan de sector structureel vergroenen.
Een sector vol ambitie
De dag werd afgesloten met een netwerkborrel, waar volop werd nagepraat over de gepresenteerde innovaties en inzichten. Wat daarbij opviel, was de sterke gezamenlijke wil om te verduurzamen. Ondanks de technische, organisatorische en financiële uitdagingen die nog voor ons liggen, leeft in de maritieme sector een breed gedeeld besef: de energietransitie is geen toekomstmuziek meer, maar een proces dat al volop gaande is.
Voor Daan en de andere aanwezigen was het Maritieme Innovatie Event een inspirerende dag vol nieuwe inzichten over hoe samenwerking, innovatie en regelgeving samen kunnen bijdragen aan een duurzame toekomst voor de scheepvaart.

